WELCOME TO KONE!

Are you interested in KONE as a corporate business or a career opportunity?

Corporate site

Would you like to find out more about the solutions available in your area, including the local contact information, on your respective KONE website?

Your suggested website is

United States

Ga naar website van land

Cookies

We gebruiken cookies om de functionaliteit van de site te optimaliseren en om u de best mogelijke ervaring te geven tijdens het surfen op onze site. Als u hiermee akkoord gaat en alle cookies accepteert, hoeft u alleen maar op de knop 'Accepteren' te klikken. U kan ook onze privacyverklaring bekijken.

Terug naar boven

WOORDENLIJST

Wanneer we het hebben over liften, roltrappen en automatische gebouwdeuren, is het soms noodzakelijk om technische termen en acroniemen te gebruiken. Daarom hebben we voor u een handige woordenlijst met meer uitleg opgesteld. Klik op een woord(groep) om de definitie te bekijken.

  • Een systeem van ophangkabels waarbij de kooi- en kabelsnelheid gelijk zijn.

  • Een systeem van ophangkabels waarbij de kooisnelheid de helft van de kabelsnelheid bedraagt.

  • Elektrische voeding met 3-fasige wisselstroom.

  • De deur aan de kant van de hoofdingang. Zie ook C-deur.

  • Een vooraf gedefinieerde werkwijze waarop de lift werkt in een bepaalde situatie. Modussen zijn onder meer normale aandrijving, inspectieaandrijving, en installatieaandrijving.

  • In liften met kabels, de technische oplossing om energie te leveren aan de hijsmotor en zijn snelheid te regelen. In hydraulische liften controleert dit systeem de pomp en de kleppen.

  • Een verdieping waar de liftaankondiger werkt.

  • Optionele structurele en functionele eigenschappen om de passagiers en lift te beschermen tegen schade door een aardbeving.

  • Een reeks automatische deuren voor liften, gebaseerd op verwisselbare componenten. Geschikt voor de meeste liftapplicaties.

  • Een bel die wordt gebruikt om aandacht en bijstand te vragen. Wordt geactiveerd met een drukknop in de liftkooi. Kan zich in de schacht, een geschikt bordes of op het kooidak bevinden.

  • Een knop om de alarmbel te activeren. Activeert ook de spraakverbinding indien monitoring op afstand wordt gebruikt. Bevindt zich in de liftkooi, met bijkomende knoppen op het kooidak en onder de kooi.

  • Het signaal dat wordt gegenereerd met een druk op de alarmknop.

  • De tijd hoe lang de alarmknop moet worden ingedrukt opdat het signaal geregistreerd wordt.

  • Een dempingselement om het lawaai te beperken. Wordt bijvoorbeeld gebruikt in kooibehuizingen, deurpanelen of schakelkasten.

  • Een elektrische motor waarbij de draaisnelheid niet exact op de frequentie van de voedingsstroom is afgestemd. Het verschil tussen de frequentie en draaisnelheid noemt men de slip. De slip wekt het koppel van de motor op.

  • Een deur die zich automatisch opent en sluit.

  • Een kooideur die zich automatisch opent en sluit.

  • Massa aan tegengewicht die energie bespaart door de massa van de liftkooi, het kooiraam en het nominale laadvermogen gedeeltelijk of volledig in evenwicht te houden.

  • Een veiligheidsvoorziening op het kooidak die voorkomt dat men in de liftschacht kan vallen.

  • Optionele voorziening waarmee de liftkooi met een last in evenwicht tot bij de dichtstbijzijnde verdieping kan worden gebracht.

  • Een stalen of gietijzeren platform waarop een machine wordt geplaatst.

  • Het laagste bordes in een gebouw dat door de lift wordt bediend.

  • De laagste verdieping in een gebouw.

  • Oppervlakte van de liftkooi gemeten op een hoogte van 1 m boven de vloer (de handleuningen worden genegeerd), beschikbaar voor de personen of goederen tijdens het gebruik van de lift. Eventuele beschikbare oppervlakte in de ingang, bij gesloten deuren, wordt meegerekend.

  • Een voorziening (of groep voorzieningen) om het apparaat waarmee ze verbonden is op een vooraf bepaalde manier te besturen. Het besturingssysteem van een lift bestaat uit aandrijf- en bedieningsfuncties.

  • Een toestel dat één van twee stabiele toestanden kan aannemen. Het blijft in een van de twee toestanden totdat het getriggerd wordt. De schakelaar schakelt dan in de andere stabiele toestand en blijft daar tot hij weer wordt getriggerd. Zie ook monostabiele schakelaar.

  • Een mechanische veiligheidsvoorziening die de liftkooi blokkeert tijdens de installatie en het onderhoud.

  • Een stalen staaf, bv. in de blokkeerinrichting, die, wanneer ze in een gat in de blokkeerplaat wordt geschoven, de liftkooi blokkeert.

  • Een stalen plaat met gaten in de blokkeerinrichting. De blokkeerpin wordt in de gaten geschoven.

  • Het vloeroppervlak voor de ingang van de lift.

  • Een deur in de opening van een liftschacht. Biedt veilige toegang tot de kooi.

  • Een assemblage met de bordesdeuren en de architecturale afwerking van de toegang tot de liftschacht.

  • Een optie waarbij een lift wordt aangeduid zodat deze uit het normale groepsbedrijf kan worden gehaald voor gebruik door de brandweer.

  • De binnenafmetingen van zijkant tot zijkant van het kooiraam zonder decoratieve elementen.

  • Een plaat onder het kooiraam waar de buffer op stoot.

  • Een functie die ervoor zorgt dat de liftkooi geregistreerde liftoproepen negeert wanneer de liftkooi over een bepaalde limiet geladen is. Meestal bedraagt deze limiet 60-80% van het nominale laadvermogen.

  • Controller Area Network. Bussystemen die intelligente automatisatie-uitrusting in een peer-to-peer-netwerk verbinden. Typische toepassingen zijn de bussystemen in motorvoertuigen en voor de synchronisatie van elektrische aandrijvingen.

  • De plaats waar alarmen en noodoproepen worden ontvangen. Mensen en computers verwerken de informatie.

  • Een specifiek gamma deuren ontworpen voor maximaal 200.000 cycli per jaar. Zie ook deur met middenbelasting en deur met hoge belasting.

  • De binnenafmetingen van voren tot achteren van het kooiraam zonder decoratieve elementen.

  • Een liftkooi met twee of meer ingangen.

  • Een lift met twee ingangen aan de tegenovergestelde zijden van de liftschacht.

  • Het hoogste of laagste bordes dat door de liftkooi wordt bediend.

  • Het aandeel (in procent) van het nominale laadvermogen van de lift waarbij de liftkooi en het tegengewicht in evenwicht zijn.

  • Een montage van een bordesdeur die niet de volledige breedte van de liftschacht bedekt. Zie ook smalle framedeur en voordeur.

  • Personeel en uitrusting voor het toezicht op technische systemen in een gebouw (klimaatregeling, verwarming, liften, toegangscontrole enz.).

  • Definieert de toleranties voor de nominale afmetingen van de liftschacht, put, machinekamer, ruwe openingen enz.

  • Stalen profielen met gladde geleideoppervlakken. De profieldoorsnede heeft meestal een T-vorm (machinaal bewerkt, koud getrokken of gewalst) Geleiderails worden in een liftschacht geïnstalleerd om de beweging van de liftkooi en zijn tegengewicht door de liftschacht te geleiden.

  • Een lift ontworpen voor het vervoer van goederen, vorkheftrucks enz.

  • De uitrusting die nodig is om de liftkooi en het tegengewicht te verplaatsen. Een welbepaalde combinatie van uitrusting voor een waaier van ladingen, nominale snelheden, versnellingen en hoogtes.

  • Een contactor die het vermogen naar de hijsmotor schakelt wanneer 1) het nodig is de liftkooi te doen bewegen en 2) de elektrische veiligheidsketen volledig is (gesloten).

  • De voorzieningen die stroom leveren aan de lift. Wordt ook wel eens het stroomnet genoemd.

  • De hoogte van de onafgewerkte vloer tot de laagste rand van het plafond.

  • Kenmerken die zijn inbegrepen in het basisproduct.

  • Een tijdelijk liftsysteem met een verplaatsbare machinekamer. Ontwikkeld om een volledig operationele liftdienst te bieden tijdens de bouwfase van een gebouw. De machinekamer past op dezelfde geleiderails als de liftkooi en wordt aan de gebouwstructuur bevestigd met verwijderbare pinnen. Naarmate het gebouw hoger wordt, wordt het geleiderailsysteem verlengd en de verplaatsbare machinekamer naar omhoog gebracht om de bijkomende nieuwe verdiepingen te bedienen.

  • De kernlift bevat de gebruiksklare basiscomponenten van de lift; hijssysteem, besturingsfunctie, aandrijving, kooisuperstructuur, kerndeursysteem en veiligheidsvoorzieningen voor de passagiers. Accessoires en decoratieve elementen (inclusief de signalisatie) zijn niet gespecificeerd.

  • Een gamma gebruiksklare kernliften die de productfamilie vormen.

  • Een axiaal synchroon motorontwerp van KONE met permanente magneten in de rotor.

  • Een liftkooi met twee ingangen.

  • De gebruikersinterface voor passagiers in de liftkooi. Omvat alle oproepknoppen, de alarmknop, de knop voor het openen van de deuren enz.

  • De werkelijke lading van de liftkooi (personen en goederen). Zie ook nominaal laadvermogen.

  • Een inrichting bedoeld om te vermijden dat een dalende liftkooi voorbij zijn normale trajectgrens gaat door de kinetische energie van de kooi op te slaan of te absorberen en af te voeren.

  • Een voorziening met twee verwante en onderling afhankelijke functies: (1) om de werking van de hijsmachine (elektrisch) te verhinderen tenzij de kooideur in gesloten positie vergrendeld is, (2) om de opening van een kooideur vanuit de kooi (mechanisch) te verhinderen tenzij de liftkooi zich in de deurzone bevindt en hetzij gestopt is of gestopt wordt.

  • Het onderste horizontale deel van de ingang van een liftkooi.

  • Het draagframe van de liftkooi, waaraan de geleideschoenen, vanginrichting en hijskabels of hydraulische cilinder bevestigd zijn.

  • Geleiderails die de liftkooi door de liftschacht geleiden.

  • Alle zichtbare elementen in de liftkooi.

  • Een lichtbron op batterijen in de liftkooi die dient als noodverlichting in geval van een stroomonderbreking.

  • De vloeroppervlakte, inclusief de drempelzone, afhankelijk van het nominale laadvermogen/aantal passagiers zoals gespecificeerd in de veiligheidscode.

  • De kooistructuur, uitgezonderd de afzonderlijke (niet-geïntegreerde) interieurelementen.

  • De verlichting binnen in de kooi.

  • Een functie die verhindert dat de lift wordt gebruikt wanneer de stroomvoorziening voor de kooiverlichting defect is.

  • Een situatie met een gewicht van 30-50% van het nominale laadvermogen (afhankelijk van het dimensioneringsprincipe) in de liftkooi en waarbij het tegengewicht en het gewicht van de liftkooi in evenwicht zijn.

  • Een handgreep voor de passagiers in de liftkooi.

  • De voorzieningen en functionele principes voor het uitvoeren van de oproepen en commando’s van de passagiers.

  • Een liftgroep bestaat uit twee of meer liften die dezelfde oproepknoppen delen op een bordes (en met dezelfde groepsbesturing werken). Zie ook liftbank.

  • Een deel van de lift dat de passagiers en/of andere ladingen vervoert.

  • Het deel van de schacht tussen de drempel van het laagste bordes en de bodem van de schacht.

  • De ruimte waarin de kooi en het tegengewicht (als er een is) zich bewegen. Deze ruimte is meestal afgebakend door de bodem van de put, de muren en het plafond van de schacht.

  • De snelheid van de liftkooi in de liftschacht op een bepaald moment. Niet hetzelfde als de nominale snelheid.

  • Een methode om: a) te controleren of de liftschacht werd gebouwd volgens de vereisten en b) de correcte positie van de componenten te bepalen.

  • Geluid dat door de lucht verspreid wordt. In liften gaat het meestal om de geluiden geproduceerd door de machine, kabels, het bedieningspaneel, de deuren, geleideschoenen en andere trillende onderdelen.

  • Een kamer die de liftmachine en een aantal elektrische en besturingscomponten bevat. Bevindt zich meestal boven de schacht.

  • Een specifiek gebruiksbereik, verwijst naar de gemiddelde prestatiecategorie. Zie ook deur met lage belasting en hoge belasting.

  • De belasting waarvoor de installatie werd gebouwd. Zie ook kooibelasting.

  • Een noodsysteem in alle liftkooien, bestaande uit een bel, een drukknop in de kooi en een niet-onderbreekbare stroombron, meestal een batterij.

  • Een systeem bij automatische deuren dat een waarschuwingssignaal geeft en de deuren sluit met een lagere snelheid en koppel. Nudging wordt geactiveerd wanneer de liftdeur langer open blijft dan een vooraf bepaalde tijdspanne.

  • De vrije verticale ruimte tussen de bodem van de schacht en het laagste structurele of mechanische onderdeel, voorziening of uitrusting die onder het platform van de liftkooi geïnstalleerd is, met uitzondering van geleideschoenen of rollers, veiligheidsinrichtingen en platformschermplaten of relingen, wanneer de liftkooi op haar volledig samengedrukte buffers rust. Zie ook veiligheidsruimte.

  • De totale last van de ruwe kooi, het kooi-interieur, de kooideur(en), het nominale laadvermogen en het kooiframe met alle accessoires. Het gewicht omvat niet de ophangkabels, compensatiekabels of -kettingen, de kabelcompensatievoorziening, bewegende kabels of tegengewichten.

  • De kabels die de liftkooi en het tegengewicht omhoog houden. Is niet hetzelfde als de hijskabels.

  • Een reeks voorzieningen die detecteren dat de liftkooi te zwaar beladen is en de passagiers hierover informeren. Schakelen de overbelastingsindicator in.

  • Een functie voor een enkele lift of een liftgroep. Met deze functie krijgt de lift een signaal om steeds naar een vooraf ingesteld bordes te gaan nadat alle commando’s in de kooi of oproepen van bordessen werden uitgevoerd.

  • Een hele reeks functies en gebruiksomstandigheden die een invloed hebben op het gemak of ongemak van de passagier bij het gebruik van de lift. Bijvoorbeeld: decoratie, signalisatie, in- en uitgang, wachttijden, ritcomfort enzovoort.

  • Een lift die voornamelijk wordt gebruikt voor het vervoer van passagiers.

  • Decoratief, beschermend element onderaan de wand van de liftkooi.

  • Een elektromechanisch systeem dat voorkomt dat de lift beweegt wanneer de kooi stilstaat en er geen vermogen wordt toegepast op de hijsinrichting. Bij sommige controletypes wordt de liftkooi ook stopgezet wanneer de stroomvoorziening van de hijsinrichting wordt onderbroken.

  • De verticale kracht die de liftkooi tot stilstand brengt door de werking van de veiligheidsvoorziening. Zie ook grijpkracht.

  • Het ritcomfort van een lift wordt gedefinieerd in termen van lawaai, verticale trillingen, lateraal schudden, versnellings-/remmingsfactor, schokken.

  • Een stalen plaat, bevestigd op de muur van de schacht onder de drempel van de bordesdeur en boven de bordesdeur om de afstand tussen de drempel van de kooideur en de muur van de schacht te verkleinen.

  • Een met een sleutel bediende schakelaar om het normale gebruik van de lift uit te schakelen.

  • Een voorziening die ervoor zorgt dat wanneer de lift een vooraf bepaalde snelheid bereikt, de lift wordt gestopt en indien nodig de vanginrichting wordt geactiveerd.

  • Een veiligheidssysteem dat de ongecontroleerde beweging van een stijgende liftkooi vermijdt.

  • Een aandrijfmodus waarbij de lift naar beneden beweegt totdat hij een vertragings- of synchronisatieschakelaar bereikt.

  • Een component die zorgt voor de tractie tussen de tractieschijf en ophangkabels, en bestaat uit een aantal gewichten om het gewicht van de liftkooi en een deel van de lading in de kooi, doorgaans 50% van het nominale laadvermogen, te compenseren.

  • Het bewegingsgebied van het tegengewicht in de liftput, afgeschermd door een tegengewichtscherm.

  • Lijst gegevens die liftplatformen definiëren in DL-documenten.

  • Een vooraf gedefinieerde set kerncomponenten die de kernlift vormen.

  • Een noodalarmsysteem dat op afstand werkt.

  • Een voorziening of systeem dat de toegang tot een lift of gebouw controleert.

  • Een deel van het besturingssysteem van de lift, met inbegrip van de gebruikersinterface voor onderhoudsmonteurs en schakelaars, zekeringen en de remlichter.

  • Een veiligheidstest om te verzekeren dat er de juiste hoeveelheid wrijving is tussen de ophangkabels en de tractieschijf.

  • Drie liften in een groep.

  • Het deel van de schacht tussen de bovenste afgewerkte verdieping en het plafond van de schacht.

  • Een mechanische veiligheidsvoorziening die met het kooiraam is verbonden, en soms ook met het frame van het tegengewicht. De inrichting grijpt in om een kooi of tegengewicht met een te hoge snelheid te stoppen en te blokkeren, door klemklauwen die zich om de geleiderails sluiten. De inrichting wordt geactiveerd door de snelheidsbegrenzer.

  • Een mechanische voorziening, meestal bevestigd aan het kooiraam, ontworpen om de liftkooi te stoppen indien de liftkooi de toegestane snelheid overschrijdt.

  • De verdieping die de hoofdtoegang tot het gebouw biedt.

  • De vermogensfactor definieert de ratio tussen werkelijk vermogen en schijnbaar vermogen. De vermogensfactor van een kring wordt berekend volgens de formule: pf = P / S, (kW / kVA).

  • Een systeem waarmee de kooideur al begint open te gaan nog voordat de kooi volledig gestopt is op het bordes. De deur begint open te gaan wanneer de liftkooi zich in de deurzone bevindt en de snelheid is gedaald onder de vastgelegde grens in de veiligheidscode.

  • Verlaging van het gebouw, doordat het in de grond zakt of het beton krimpt.

  • Een systeem voor spraakcommunicatie in twee richtingen tussen de lift en het KONE service center.

  • Een montage van een bordesdeur die de volledige breedte van de ruwe opening van de liftschacht bedekt.

  • Een lift die voornamelijk bedoeld is voor het vervoer van goederen, doorgaans onder begeleiding van personen.